Uit de Geschiedenis van Roden: Weet U en Wist U?


Door: Tjerk Karsijns.


 


Weet U en wist U:


Dat het “hoekhuis” stond op de hoek van de Brink waar nu de parkeerplaats is naast het café van Albert Ananias en tegenover de Pompstee? Dat tapper Jan Geersing daar woonde? Dat, omdat er honger heerste in ons land begin januari 1892 een veertigtal jongens en meisjes direct na school naar dat hoekhuis renden? Dat de kinderen wisten dat, dankzij de steun van de diaconie en ingezetenen, daar een boterham voor hen wachtte? Dat, omdat de wegen te slecht begaanbaar waren om de school te bezoeken, dat aantal van veertig bij dooi waarschijnlijk weer spoedig tot vijftig zou zijn aangewassen?


 


Dat was 1892.


Maar weet U: Dat honderddertig jaar na 1892 in dit rijke land mensonterende toestanden plaatsvinden? Dat wij met het schaamrood op de kaken moeten bekennen dat belastinggeld moet worden vrijgemaakt om kinderen met een fatsoenlijk ontbijt naar school te kunnen sturen? Dat lunchpakketten worden uitgedeeld om te zorgen dat kinderen niet omvallen van de honger? Jawel, dat is Nederland anno 2022. Om je dood te schamen!


 


Dat Franke Frederik Elias Borger in november 1877 tot burgemeester van Roden werd benoemd? En dat burgemeester inwoonde bij kastelein Busscher aan de Brink? En dat hij ook gemeentesecretaris was? Dat eind december 1879 burgemeester Borger bekendmaakte dat tegen hen, die in de gemeente Roden Nieuwjaar gingen lopen, proces-verbaal zou worden opgemaakt wegens bedelarij? Dat diezelfde burgemeester in 1897 failliet werd verklaard?


 


Dat in 1895 vanuit Norg mensen die naar Groningen wilden reizen om vijf uur ’s morgens met een omnibus naar de haven van Roden werden vervoerd, om zes uur aan boord van de stoomboot van Sieger Zuiderveld stapten en rond negen uur aankwamen in de stad? En dat zij, gealarmeerd door de bel op de boot, om halftwee middags weer opstapten, tegen vijf uur in Roden aankwamen en uiteindelijk om zes uur weer thuis waren?


 


Dat de tram Drachten-Groningen vice versa in 1913 begon te rijden? Dat passagiers ook eerste klas konden reizen?  Dat de spoorlijn de doodsteek werd voor de bootdienst van Sieger Zuiderveld? Dat diezelfde scheepskapitein het vertikte de stationschef  Wiebren Ekas te groeten? Dat in 1948 geen passagiers, doch alleen nog goederen werden vervoerd?


 


Dat op 12 mei 1934  scholier Albert Hette Buiteveld op het traject Groningen-Peize vanaf het balkon van het rijtuig te ver naar buiten leunde en met zijn hoofd een boom raakte en uit de trein werd geslingerd? En dat meerdere Roder scholieren getuige waren van dat dodelijke, droevige ongeluk? Dat de conducteur van de trein, die al enkele honderden meters verder was, op zijn fiets terugreed naar de plaats van het ongeval?


 


Dat de pas aangetreden net 26-jarige burgemeester van Roden, Hugo Willibrord Bloemers, de droeve plicht vervulde de ouders van Albert, gemeentesecretaris Buiteveld en zijn echtgenote te vergezellen naar het kerkhof?


 


Dat het tracé van de tram oorspronkelijk over de Brink in Roden was gepland? Dat onder andere Henderikus Assies daar bezwaar tegen maakte? Dat hij de tram niet langs de (Scheepstra) school wilde laten rijden? En dat de tekening van dat plan bij uw schrijver op het bureau ligt?


 


Dat Egbert Datema uit Roden werd aangesteld om de voor de spoorlijn benodigde grond te taxeren?


Dat de gemeenteraad in 1859 vaststelde dat tappers, houders van drankwinkels en alle andere lieden van gelijksoortige bedrijven in de gemeente Roden ‘s avonds na tien uur niet meer mochten tappen dan wel klanten in huis hebben? Dat overtreders werden gestraft met een geldboete van zeven gulden?


 


Dat de firma Balkema in Delfzijl, die met zoveel enthousiasme eind december 1845 met honderden werklieden begon met het graven van het kanaal Roden-Huis ter Heide, in 1847 moest stoppen omdat het geld op was? Dat het stukje kanaal dat nu vanaf het voetbalveld naar het einde van de heide nu bekend staat als de Oude Vaart?


 


Dat er in 1879 een grote behoefte kwam aan straatverlichting? Dat de gemeente besloot vier palen met lantaarns te plaatsen? Dat belanghebbenden gaarne de lantaarns van olie wilden voorzien en ze ’s avonds aansteken?


 


Dat in datzelfde jaar de begraafplaats aan de Norgerweg, die niet bekend stond om haar netheid en fraaie aanleg, opgeknapt zou worden, zodat de dodenakker vanaf de zuidkant een beter aanzicht zou krijgen en ’s zomers meer bezocht zou worden?


 


Dat op advies van de gezondheidscommissie het oude hoekhuis van Geersing in 1909 onbewoonbaar werd verklaard?


 


Dat in de Groninger courant van 29 april 1796 het volgende bericht stond?: Door de representanten van  het volk van de Landschap Drenthe, op de landsdag van de 15 maart 1796 tot Assen hebben geaccordeerd, aan die van Rhoden, om een May markt te mogen houden, op woensdag den 11 May 1796, zoo van  paarden, beesten, schapen en zwijnen, zullende gemelde markten vervolgens alle jaren worden gehouden op de twede woensdag in de maand van May.