Column, Vogels in Nederland; de Zeekoet


 


Zeekoeten zijn vogels die je eigenlijk alleen maar op volle zee ziet. Ze komen bijna nooit in het binnenland voor. Alleen als ze gaan broeden komen ze aan land. Met een beetje fantasie lijkt een zwemmende Zeekoet wel een beetje op een Pinguïn, alleen is zijn snavel veel puntiger. In de winter kleuren zijn wangen wit met een duidelijke zwarte oogstreep.


 


Zeekoeten broeden in kolonies op steile rotswanden en leggen maar een ei.


Ze beginnen met broeden in Mei als het oppervlakte water warmer begint te worden. Het broeden duurt ongeveer een maand en het mannetje en vrouwtje lossen elkaar af tijdens het broeden. De jonge vogels blijven rond de twintig dagen op de rots zitten, daarna springen ze met soms wel honderden tegelijk naar benden het water in. Ze zwemmen dan samen naar open zee om voedsel te gaan zoeken. Ze eten voornamelijk vis en krab.


 


De Zeekoet is een trekvogel maar blijft wel op open zee, zij trekken mee met het voedsel en watertemperatuur. De trek begint al in Juli voor de Zeekoet maar omdat dit langzaam gaat zijn ze pas vanaf Oktober bij de Nederlandse kust te zien. Tot in April kun je ze dan nog zien. Tijdens ze storm op zee willen ze wel bescherming zoeken in havens of bij strekdammen. De Brouwersdam en de pier bij IJmuiden zijn vaak goede plekken om ze te zien. Ook bij de Waddeneilanden kun je ze dan tegenkomen.


 


Zeekoeten zijn goede zwemmers en kunnen ook goed tegen de kou. De meeste slachtoffers zijn olieslachtoffers van olie dat op zee drijft. Ook door langdurige storm op zee kunnen ze uitgeput raken, vaak zoeken ze dan stranden op om weer op krachten te komen.


 


Foto's© - tekst Theo Kompier