Door de zomervakantie was Augustus over geslagen maar hier zijn we weer met een nieuwe column in de reeks.


 


De Kleine Strandloper, en zijn naam verraad het al een beetje, is de kleinste in de Strandloper familie samen met de Temmincks Strandloper. Het enige duidelijk verschil zijn de poten, die van de Kleine Strandloper zijn zwart van kleur en die van de Temmincks groen geel achtig.


Zoals zijn naam al doet vermoeden Strandloper, is hij veel te zien op het was of vlak langs de kust. Tijdens de vogeltrek laten ze zich ook in het binnen land wel zien op ondergelopen velden.


 


Het is een vogel die niet heel erg territoriaal is en ook geen vaste broedplek heeft. Ze broeden op de grond en leggen eenmaal in het jaar eieren. Dit gebeurd eind Juni begin Juli en er worden meestal vier eieren gelegd. Tijdens het broedseizoen leven ze op de Toendra’s dichtbij moerasgebieden.


 


Buiten de broedtijd eten ze wormen, slakjes, zoetwatermijten eigenlijk alles wat ze in het slik of lage water kunnen vinden.. Tijdens de broedtijd eten ze vooral muggen, vliegen en kevers.


 


Kleine Strandlopers zijn lange afstand trekkers, zodra de jongen zich kunnen redden verlaten de volwassen vogels de poolstreken richting Afrika. De jongen volgen later. Ze trekken tot voorbij de Sahara om te overwinteren. Rond deze tijd kun je ze ook waarnemen in ons land in het waddengebied, maar ook bij het Lauwersmeer en Zuidlaadermeer kun je ze tegen komen.


 


Tekst/foto's Theo Kompier©https://tdk-fotosite.nl/