De Roodborsttapuit in een zangvogel die je vaak langs weilanden op paaltjes of prikkeldraad ziet zitten. Ook heidevelden en duinen zie je ze veel, vaak boven in een struik. Het is dan ook een vogel die van open stukken houdt met daarin de bescherming van boomwallen en struiken. Het mannetje heeft een zwarte kop met een witte kraag en een oranje/bruine borst. Zijn vleugels zijn donker met een lichte vlek er in. Het vrouwtje heeft een meer licht grijs/bruine kop en vleugels.

Roodborsttapuiten broeden al vanaf Maart en bij goede omstandigheden kunnen ze wel drie keer eieren leggen. Dit zijn dan vaak 4 tot 6 eieren die in 15 dagen worden uitgebroed. Het nest bevindt zich goed verstopt op de grond waar de jongen na ongeveer 16 dagen uitvliegen, daarna zijn ze nog ongeveer twee weken afhankelijk van de ouders. Het voedsel van de Roodborsttapuit bestaan voornamelijk uit Wormen, Vlinders, Spinnen, Rupsen maar ook zaden en besjes eten ze wel. Tussen 2013 en 2015 was het geschatte aantal broedparen in Nederland tussen de 13.000 en 18.000.

Roodborsttapuiten zijn van origine trekvogels die weg trekken naar Zuid Frankrijk, Spanje tot in het Noorden van Afrika. Tegenwoordig bij onze zachte winters zijn er ook veel Roodborsttapuiten die hier blijven in de winter.
Foto's©/tekst Theo Kompier