Zaterdag 29 mei werden er opname's in Roden gemaakt over de massale sterfte onder de karpers. In Roden zijn de karpers ook onderzocht en gelukkig zijn de karpers hier gezond. Hier zijn bij de karpers geen wormen of parasieten gevonden.


 


Er sterven dit jaar veel meer karpers dan andere jaren. Dat constateert karperdokter Mark Breedveld. Om erachter te komen hoe de situatie in het Noorden is, onderzoekt Breedveld op verschillende plaatsen in Drenthe en Groningen karpers.



 


Voor het onderzoek wordt een karper gevangen en in een bak met water gelegd, waar kalmeringsmiddel in zit. De kieuwen worden gecontroleerd om te kijken of er wormen of schimmels aanwezig zijn. Vervolgens wordt er een klein beetje kieuwweefsel afgeknipt, er wordt bloed van de kieuwplaatjes afgenomen en er wordt een swap genomen van achter de borstvin en op de kop, een plek waar parasieten graag zitten.


 


Koud voorjaar


De massale karpersterfte komt vooral door het koude voorjaar. Het is langer licht, waardoor karpers actief worden, maar door de lage temperaturen is er nog niet voldoende voedsel. "Op het moment dat de karper actief is en naar eten gaat zoeken dat er niet is, gaat hij energie verbruiken. Die energie kan niet worden aangevuld", legt Breedveld uit. "Daardoor zijn vissen weer gevoeliger voor ziektes en parasieten, die zich bij lage temperaturen wel kunnen vermeerderen. Dus de parasitaire druk wordt groter, tot het moment dat de vis het niet meer aankan en doodgaat."


 


Na uitgebreid onderzoek komt Breedveld in Roden tot de conclusie dat het hier goed gaat met de karper. Er zijn geen parasieten of wormen aangetroffen en de vissen zijn dus gezond. Dat was vorig jaar wel anders. Toen was er sprake van een wormenuitbraak. "We hebben toen speciale voeding gemaakt voor de karpers, daarmee hebben we ze twee weken lang gevoerd en daarna waren de wormen weg."


 


Bijvoeren


Maar hoe komt het dat het hier zoveel beter gaat met de karper in vergelijking met de rest van Nederland? Dat komt volgens Breedveld omdat de visdruk hier lager is. "De wateren zijn hier groter, met minder visbezetting. Dit in vergelijking met andere delen van het land, waar de visputten kleiner zijn en waar meer vissen zwemmen. Daardoor is er minder voedsel. Daarnaast worden op die plekken ziektes sneller overgebracht op andere vissen."


 


Wat ook helpt, is dat Sportvisserij Groningen/Drenthe de vissen op sommige plekken bijvoert. "Dat doen onze vrijwilligers om de karpers een extra zetje te geven zodat ze kunnen aansterken en goed door deze periode komen", legt directeur Henk Mensinga uit. "Ik vind dat wij als organisatie een zorgplicht hebben. Het zijn levende vissen en wij willen dat die een zo goed mogelijk bestaan hebben."


 


De vissen worden volgens Mensinga bijgevoerd tot de watertemperatuur een gemiddelde heeft van vijftien graden Celsius. "We hopen dat het nog een week of twee nodig is."




Tekst RTV Drenthe. Foto's ditisRODEN.nl