De Torenvalk was lang de meest voorkomende roofvogel van ons land, maar die eer gaat tegenwoordig naar de Buizerd. Het gaat zelfs zo slecht met de Torenvalk dat hij in ons land op de rode lijst staat. Dit komt mede door dat zijn prooi, muizen, verdelgd en verdronken worden waardoor hij ze niet kan waarnemen. Dode muis laat nu eenmaal geen urine en warmte spoor achter.

Een volwassen Torenvalk is ongeveer 40 cm groot. Ze hebben een roodbruine rug met zwarte vlekken, en een lichte staart met een donkere eindband. Bij het vrouwtje is de kop gelijk aan de rug kleur maar het mannetje heeft een grijze kop. Het voedsel bestaat voornamelijk uit muizen en grote kevers. Vaak zie je een Torenvalk in zijn zeer herkenbare houding boven zijn prooi bidden.(hangen) Waarbij hij langzaam zakt en ineens op zijn prooi duikt.

Torenvalken maken zelf geen nest, zij gebruiken daar vaak oude kraaiennesten voor. Ook gebruiken ze veel speciaal voor Torenvalken gemaakte nestkasten. Zij broeden eenmaal in een jaar en leggen ongeveer 4 tot 6 eieren, dit is mede afhankelijk van het voedsel aanbod. Alleen het vrouwtje broed de eieren uit, de jongen vliegen uit na ongeveer 30 dagen. Maar worden daarna nog wel bijgevoerd door beide ouders.

Onze Torenvalken zijn over het algemeen geen trekvogels, dat is ook de reden dat je in de winter mogelijk meer Torenvalken ziet omdat de Scandinavische vogels wel weg trekken en vaak hier blijven hangen. Ze komen in heel Europa voor, en wereldwijd zijn er 11 ondersoorten van de Torenvalk.
Foto©/tekst Theo Kompier