Uit de Geschiedenis van Roden: De tragische dood van Jan de Jong.

Door: Tjerk Karsijns.

Zo rond tien uur in de ochtend van zondag twintig december 1914 vond een boer in een sloot tussen Roden en Peize een levenloze man. Niet lang daarna stelden de gewaarschuwde Roder veldwachters Itske Nuismer en Albert Rozeman vast dat de overledene de in Groningen wonende Jan de Jong was. Hij werd sinds dinsdag de vijftiende december vermist.

Direct werd burgemeester Gerardus van Wageningen door beide veldwachters op de hoogte gebracht van het trieste gebeuren. De achtergrond van het drama bleef in nevelen gehuld. Hoe kwam een zesenveertigjarige man terecht in een sloot op een wat afgelegen plek tussen Roden en Peize? Een ongeluk of een dramatischer scenario? Een dag na de trieste vondst deden de veldwachters in het gemeentehuis van Roden aangifte van het overlijden van De Jong, die zijn vrouw en drie kinderen achterliet.

Toevallig waren de al een paar dagen naar hem op zoek zijnde broer en zwager van De Jong die bewuste zondag ook in Roden. Gestrand vanwege pech met hun auto waren zij genoodzaakt te wachten tot deze was gerepareerd.

Jan de Jong werd op 24 maart 1868 in de Friese gemeente Schoterland geboren. Hij bezocht de H.B.S. en studeerde vervolgens voor civiel ingenieur aan de Polytechnische school in Delft. In 1897 werd hij benoemd tot ingenieur bij de Provinciale Waterstaat te Groningen, waar op 14 april 1908 zijn bevordering tot hoofdingenieur een feit werd. Jan de Jong was tevens algemeen directeur van het Provinciaal Elektrisch Bedrijf en van het Havenbedrijf in Delfzijl.

Tal van belangrijke werken kwamen onder zijn bekwame leiding tot stand. Het Eendrachtkanaal en de Basculebrug, al in ontwikkeling bij zijn voorganger, werden onder zijn verantwoordelijkheid voltooid. De voor de elektrische tram benodigde aanpassing van de Heere- en Emmabrug was zijn werk. Jan de Jong had eveneens het toezicht op de kanalisatie van Westerwolde en bereidde de bouw en exploitatie voor van de Provinciale Electrische Centrale. Zijn ambtenaren achtten hem om zijn grote kennis en bewonderenswaardige werkkracht, zijn nobele karakter en zijn welwillendheid.

Begrafenis.
Onder buitengewoon grote belangstelling werd Jan de Jong op woensdagmorgen 23 december 1914 op de Zuiderbegraafplaats in Groningen ter aarde besteld. Bij de begraafplaats werd de rouwstoet opgewacht door een grote schare vrienden, het College van Gedeputeerde Staten, de Commissaris der Koningin Mr. Geertsema en de griffier, leden van de Provinciale Staten, het College van Burgemeester en Wethouders van Groningen, ambtenaren ten Provinciehuize en vele anderen. Aan het graf sprak de commissaris der Koningin, die de overledene prees als een goed mens en degelijk ambtenaar.

Een laatste groet werd gebracht door een goede vriend van De Jong, de griffier der Staten Mr. S. Sybenga. De heer J. A Mulock Houwer, directeur van Gemeentewerken Groningen, huldigde Jan de Jong namens de Groninger ingenieurs en noemde hem een bekwaam ingenieur. Hij prees zijn scheppingskracht en memoreerde dat hij zijn ambtgenoten gaarne van zijn kennis liet profiteren. Veel waren zij aan hem verplicht. Een broer van de overledene dankte voor de eer. Foto© Nieuw-Roden Nostalgie