Vanwege een ernstig gebrek aan bluswater in hun gehucht waren de bewoners van Steenbergen, bij wie de verwoestende brand van april 1881 nog vers in het geheugen lag, zeer beducht voor een volgende ramp. De twee brandkuilen in hun dorpje stonden in een periode met weinig regen veelal droog.

Door: Tjerk Karsijns

In het najaar van 1901 wist de Roder burgemeester Gerardus Van Wageningen voor zestig gulden de hand te leggen op een draagbare handbrandspuit. Hij besloot de spuit aan Steenbergen te geven, tot groot genoegen van raadslid Barelds, die een brandspuit veel zinvoller achtte dan brandzeilen. Caféhouder Sietse Stoffers stalde de spuit, waarvoor hij pas vanaf 1929 tien gulden huur per jaar ontving.

In het najaar van 1903 besloot de gemeente Roden, die het probleem in Steenbergen onderkende, de firma Haitjema, pompenmaker te Dedemsvaart, een proefboring te laten doen in het gehucht. Haitjema boorde tot een diepte van 65 meter, maar er kwam niet voldoende water. Een nieuwe poging werd overwogen, maar in de zomer van 1904 liet de gemeente het plan voor een nortonput definitief varen.

Besloten werd een welput te maken, omdat die wel voor voldoende water zou kunnen zorgen. Het drinkwaterprobleem was dan ook gelijk opgelost. Timmerman Jan Kunnen uit Norg kreeg de opdracht een put te maken waarop ook een pomp kon worden aangesloten. De welput met pomp, die Fl. 435,- kostte, werd gezien vanaf hotel ‘Jachtlust’, links van de weg aangelegd. De inwoners van Steenbergen gebruikten de put onder andere voor het drenken van hun vee.

In de krant werd het volgende verslag gedaan van de aanleg van de brandput: ‘Ja, steenen bergen, die kan men rondom ons heen vinden, want hoog liggen we hier en ’t heeft er dezen zomer en herfst menigmaal genepen, om ’t nodige water voor het vee te verkrijgen.

Angstig was het ons vaak te moede, als we dachten aan de ramp van 1881, toen zes boerenhuizen door het vuur in de asch werden gelegd, en dat niet alleen, maar waar vrij wat vee en paarden bij zijn omgekomen. Als zich hier zoiets herhaald had, we hadden met de handen in het haar gestaan, want niets ware er tegen te doen geweest. Gelukkig zeggen we, uit volle borst, die toestand is voor een zeer groot deel opgeheven. Dankzij het gemeentebestuur en zeer zeker niet het minst den heer A. W. Barelds, raadslid alhier, kunnen we ons thans rustiger te slapen leggen.

Door den heer J. Kunnen, aannemer te Norg, is hier, namens B en W van Roden, een brandput gegraven, die boven verwachting, uitstekend is geslaagd. Op ene diepte van 7 meter heeft men volop welwater gekregen, zodat er op dit ogenblik meer dan 20.000 liter in den put aanwezig is. De put staat ongeveer midden onzer plaats op een stuk grond door den heer A. W. Barelds daarvoor afgestaan’.