Deze keer wil ik het hebben over een dwaalgast, voornamelijk in de winter, die vorig jaar de gemoederen aardig bezig hield onder de vogelaars. Het vogeltje wist aardig wat commotie en discussies lost te maken onder de mensen. Het gaat dan ook om de Zwartbuikwaterspreeuw, een zeldzame wintergast uit Scandinavië.

In Europa hebben we twee ondersoorten van de Waterspreeuw, de Bruinbuikwaterspreeuw die voorkomt in Groot-Brittanië, Ierland en Midden-Europa. En zoals eerder genoemd de Zwartbuikwaterspreeuw die alleen in Scandinavië voorkomt. Waterspreeuwen leven voornamelijk langs oevers van voornamelijk stromende beekjes en riviertjes waar zij naar voedsel zoeken. Vandaar ook dat er een overwinterde bij onze vistrappen. Begin Oktober vorig jaar was de eerste melding en rond Maart was hij weer weg. Even dacht men tussen door dat hij ook al weg was, maar toen bleek het vogeltje de Loop te verkennen en werd hij zelfs in Nw-Roden bij de hondentrimbaan in de Loop gezien.

Beide vogels bouwen het nest maar alleen het vrouwtje broed de eieren uit. De jongen zijn vliegvlug als ze 22 á 23 dagen zijn en worden dan nog 1 á 2 weken gevoerd door de ouders. Het voedsel bestaat uit larven van steenvliegen, kreeftjes en waterpissebedden.

Wat op bijgevoegde foto’s mooi is om te zien is het knipvlies wat voor het oog komt.( wit oog) Dit knipvlies beschermt het oog op het moment dat de waterspreeuw in het water duikt. Roofvogels hebben dit ook, dan beschermt het knipvlies het oog op het moment dat zij een prooi pakken.

Afgelopen winter waren er zes meldingen van een Waterspreeuw in Nederland wat wel aangeeft hoe zeldzaam ze hier zijn. Dit jaar heb ik nog geen meldingen voorbij zien komen, maar wie weet komt er nog een onze kant op.

Maandelijkse column en foto's Theo Kompier©