Roden - In het kader van de Centrumontwikkeling Roden is geconstateerd dat het van belang is om de winkelpanden die zich bevinden tussen de Westerbaan en de Heerestraat (Jumbo, Lidl, HEMA en Action) aldaar te behouden.

Uit gesprekken die gevoerd zijn met de betreffende ondernemers is gebleken dat het voor een aantal van hen nodig dan wel gewenst is om de winkel te kunnen uitbreiden. Hierbij is gekeken naar de uitbreidingsmogelijkheden aan zowel de Westerbaanzijde
als de Heerestraatzijde. De bestaande achterzijde van de huidige winkelpanden vormen tezamen de oostgevel van de Westerbaan.

Vanuit de Centrumontwikkeling Roden bestaat er de wens om voor de oostgevel van de
Westerbaan een kwalitatief beter en eenduidiger aanblik/uitstraling te realiseren.
Om tegerroet te kunnen komen aan de wens tot uitbreiding van de winkelpanden aan de
Westerbaan alsmede de wens om te komen tot een kwalitatief beter en eenduidger
aanblik/uitstraling van de oostgevel van de Westerbaan is vanuit stedenbouwkundig oogpunt bekeken op welke wijze beide wensen verenigd kunnen worden. De hoofdlijnen en de uitkomst(en) hiervan zijn door het bureau OnixNL in het document Roder Rooilijn Verkenning vastgelegd .

Herziening planologie en aanpassing welstandscriteria
Het thans ter plaatse geldende planologische regime en de welstandcriteria zulien herzien moeten worden om aan de verschillende wensen te kunnen voldoen en deze uit te kunnen (laten) voeren. Om ervoor te (kunnen) zorgen dat het geheel van de oostgevel van de Westerbaan op de gewenste wijze gerealiseerd zal (kunnen) worden dient, uitgaande van de hoofdlijnen en het schetsbeeld uit het RRV, op korte termijn:
1. het ter plaatse geldende bestemmingsplan herzien te worden; en
2. de ter plaatse geldende welstandscriteria (daarop) aangepast te worden.

Reeds door Lidl aangevraagde omgevingsvergunning
Naar aanleiding van de gesprekken die gevoerd zijn met de ondernemers van de winkelpanden tussen de Westerbaan en de Heerestraat heeft de Lidl voortvarend haar plannen voor uitbreiding van de supermarkt opgepakt. De Lidl heeft daartoe onder meer het reeds door hen gemaakte ontwerp van de uitbreiding zodanig aangepast dat deze voldoet aan de hoofdlijnen en de RRV. De Lidl heeft de voortvarendheid waarmee zij haar plannen heeft opgepakt ook een vervolg gegeven door op 9 februari 2018 de benodigde omgevingsvergunning(en) aan te vragen voor de (interne) ver- en uitbreidingsplannen.

De aangevraagde omgevingsvergunning heeft naast de uitbreiding aan de Westerbaanzijde ook betrekking op een gedeelte van het pand aan de Heerestraatzijde. Het betreft een gedeelte van de detailhandelswinkel waarin voorheen een juwelierswinkel was gevestigd, welke de Lidl wil aantrekken bij de supermarkt. Ook bij die (interne) verbouwplannen aan de Heerestraatzijde heeft de Lidl rekening gehouden met de wensen vanuit de Centrumontwikkeling Roden. Dit door niet de gehele detailhandelswinkel bij de supermarkt aan te (willen) trekken maar slechts een gedeelte daarvan. Tevens zal de (gebouwde) luifel verwijderd warden en wordt de uitstraling (grotendeels) gerespecteerd (behouden raampartijen, niet dichtzetten met reclame, e.d.).

Vooruitlopen op de herziening van planologie en welstandscriteria
Om de benodigde omgevinsgvergunning aan de Lidl te kunnen verlenen zal er — zolang de
herziening van het geheel van de planologie voor de oostgevel van de Westerbaan niet
aangepast is — afgeweken moeten (kunnen) worden van het ter plaatse geldende planologisch regime. Dit zal geregeld worden via het doorlopen van de procedure zoals opgenomen in artikel
art 2.12, lid 1 de zogenaamde "kruimelprocedure", inhoudende een afwijking van het ter plaatse geldende bestemmingsplan.

Met betrekking tot de ter plaatse geldende welstandscriteria geldt dat het ontwerp van de geplande uitbreiding van de Lidl daar niet aan voldoet. Het ontwerp past daarentegen wel binnen het gewenste nieuwe totaalplaatje. Om het voor de Welstandcommissie mogelijk te maken om een positief welstandsadvies te kunnen geven ten aanzien van het ontwerp zal het voor de Welstandscommissie voldoende duidelijk moeten zijn dat uw college voornemens is om de welstandscriteria zodanig aan te passen dat deze het gewenste totaalplaatje mogelijk maken.

Ten behoeve van de aanpassing van de welstandscriteria is reeds contact opgenomen met een extern bureau om hier behulpzaam bij te zijn.

Parkeervoorzieningen
Algemeen
In het kader van de uitvoering van de Centrumontwikkeling Roden als geheel en voor de
afzonderlijke onderdelen daarvan (waaronder de Westerbaan) zal er aandacht besteed worden aan het onderdeel parkeren/parkeervoorzieningen.
Daartoe zal een inventarisatie moeten plaats hebben van de huidige en — voor zover mogelijk — toekomstige parkeerbehoefte mede in relatie tot de thans aanwezige parkeervoorzieningen (binnen het centrum van Roden). Aan het uitzetten van de opdracht voor het parkeeronderzoek voor het centrum van Roden wordt gewerkt. Eventueel benodigde aanpassingen als resultante van de Centrumontwikkeling Roden zullen op basis daarvan inzichtelijk(er) gemaakt kunnen worden. Voor wat betreft de afzonderlijke onderdelen van de Centrumontwikkeling Roden, meer in het bijzonder particuliere initiatieven die daaraan alvast uitvoering willen geven, zal het benodigde aantal parkeerplaatsen beoordeeld en bepaald moeten worden aan de hand van de
regels zoals die wettelijk gelden en zoals die neergelegd zijn in het Gemeentelijke Verkeer- en Vervoer Plan (GVVP).
De eis om te voldoen aan het realiseren van het benodigde aantal (nieuwe) parkeerplaatsen (de parkeernorm) ligt bij de initiatiefnemer (de aanvrager van de omgevingsvergunning). Deze zal het benodigde aantal (nieuwe) parkeerplaatsen op eigen terrein moeten realiseren. Indien de aanvrager de parkeerplaatsen niet op eigen terrein kan realiseren heeft uw college de bevoegdheid om deze door de initiatiefnemer af te laten kopen. Het college kan overeenkomstig het besluit van de raad van 21 september 2000 in onderhandelingen met de aanvrager de afkoop van parkeerplaatsen inbrengen voor een overeen te komen afkoopsom per parkeerplaats waarbij wel goedkeuring van de raad nodig is ten aanzien van de uiteindelijke idee'. De raad heeft bij het voormelde besluit aangegeven wat de hoogte van de afkoopsom dient te zijn (met de mogelijkheid om onder voorwaarden daarvan af te wijken). De afkoopopbrengst zal dan gebruikt moeten worden om in het openbaar gebied het benodigde aantal (afgekochte) parkeerplaatsen te realiseren. De afkoopopbrengst zal daartoe (eerst) in het bij besluit van de raad van 22 mei 1990 ingestelde parkeerfonds gestort warden.

Faciliteren en stimuleren alternatieve middelen van vervoer
Alhoewel de auto met (interne) verbrandingsmotor nog steeds een van de belangrijkste middelen van vervoer is neemt zo langzamerhand ook het gebruik van alternatieve vervoermiddelen toe.
Het gaat dan bijvoorbeeld om het openbaar vervoer, om auto's (motorvoertuigen) aangedreven door alternatieve brandstoffen (elektrisch, waterstof), andersoortige elektrisch aangedreven voertuigen waarvoor geen B-rijbewijs nodig is (bijvoorbeeld scootmobielen. minder valide wagens, ed.) en in ieder geval verschillende categorieën van (elektrisch aangedreven) fietsen.
Het faciliteren en (daardoor) stimuleren van dit soort alternatieve vervoermiddelen vergt een andere wijze van het inrichten van het openbaar gebied (wegen, fietspaden, parkeerfaciliteiten).
Naast het realiseren van elektrische oplaadpunten en wellicht andere vormen van
fietsenstallingen gaat het dus oak om een creatief gebruik van de bescnikbare (openbare) ruimte.
De hoogte van de kosten hiervoor zijn op voorhand niet aan te geven.

Hoogte afkoopsom per parkeerplaats
Het door de raad vastgestelde aanvangsbedrag was 6.806,70 (f. 15.000,00) per parkeerplaats met de mogelijkheid om deze te verminderen tot 2.268,90 (f. 5.000,00) per parkeerplaats als de ontwikkeling (ook) het algemeen belang dient en anders niet realiseerbaar is. Verhoogd met de van toepassing zijnde (jaarlijkse) indexatie zijn de bedragen (per februari 2018) afgerond 9.342,00 en 3.114,00 (exclusief BTW). De verplichting tot het afkopen van parkeerplaatsen, het aantal af te kopen parkeerplaatsen en de hoogte van het afkoopbedrag (b)Wken in combinatie en afzonderlijk een belemmering te (kunnen) zijn bij het maken van de totaalafspraken die recht doen aan de wensen van zowel ondernemer als gemeente (het algemeen belang). Tot die totaalafspraken behoort ook de afspraak over het inzetten van het afkoopbedrag voor het faciliteren en stimuleren van alternatieve middelen van vervoer.
Voorstel om een vaste afkoopsom per parkeerplaats at te spreken met de raad
Gelet op vorenstaande uiteenzetting over de wensen van de diverse partijen en de
belemmeringen waar in dat kader tegenaan gelopen wordt in relatie tot de afkoop van
parkeerplaatsen (en eigenlijk het parkeren in het algemeen) wordt voorgesteld om aan de raad te vragen om, zolang er nog geen duidelijkheid is over het parkeren in het centrum van Roden en het faciliteren en stimuleren van alternatieve middelen van vervoer, het afkoopbedrag voor een parkeerplaats vast te stellen op E 7.500,00 (exclusief BTW).

Parkeerplaats Westerbaan in relatie tot uitbreiding winkelpanden
In het kader van de uitbreiding van de Lidl is al een inventarisatie uitgevoerd naar de bezettingsgraad van de parkeerplaatsen op de Westerbaan. Uit de inventarisatie is naar voren gekomen dat, zeker tijdens de wekelijkse piekmomenten, de bezettingsgraad zodanig groot is dat het parkeerterrein vol staat. De parkeerdruk op de Westerbaan zal alleen maar toenemen door uitbreiding van de andere winkelpanden. Vanuit de hiervoor omschreven wensen van gemeente en wensen van ondernemers zullen er afspraken gemaakt moeten worden over het totaalplaatje van: medewerking verlenen aan de uitvoering van de Centrumontwikkeling Roden, uitbreiding van het winkelpand en de daarvoor benodigde aankoop van gemeentegrond, de afkoop van de realisatie van parkeerplaatsen en de benodigde aanpassing van de bestaande openbare ruimte, inclusief aanpassing van de bovengrondse en ondergrondse (openbare) infrastructuur van derden (bestaande kabels, leidingen en bijbehorende bouwwerken van derden voor bijvoorbeeld elektriciteit en water).