Na een gezellige dag bij mijn ouders en mijn vriendin te zijn geweest, stap ik vanuit Vlaardingen, met een goed gevoel, de auto in richting Roden. Met de rit van ca. 2,5 uur heb ik geen problemen. Ik vind in het donker rijden wel wat minder, maar goed het is niet anders, ik wil toch ook wel graag naar huis. Het is 19.30 uur en ik begin rustig aan mijn weg richting huis.

Het is wat miezerig en er staat best wel wat wind. Ik zet de radio aan en zing vrolijk met de liedjes mee. Niemand die mij hoort, dus vals of niet, maakt niet uit. Als ik mijn stem mee had gehad, was ik zangeres geworden, maar helaas onze lieve heer heeft mij niet op de aarde neergezet met de stem van Adele. Dus laat ik het maar uit mijn hoofd om mee te doen met The Voice of Hollands Got Talent. Ik doe in de auto of ik Adele ben, maar alleen als ik alleen in de auto zit. (een mens mag dromen toch) Ik vervolg mij rit en rij blindelings mijn weg. Rij al jaren dit stuk, dus de navigatie hoeft niet mee.

Maar als de weg met lantaarnpalen stopt, vind ik ineens dat het wel heel donker wordt en bedenk me dat manlief altijd zit te klagen dat er zo weinig licht uit de koplampen van de auto komt. Ik zeg dan altijd dat hij een zeurkous is. Maar vanavond moet ik ook toch erkennen dat er echt weinig licht uit de koplampen van mijn auto komt. Ik stop abrupt met zingen en laat Adele voor wat ze is. Het lijkt wel of mijn koplampen het niet meer doen, en ineens slaat mijn goede bui om in bezorgdheid. Hoe lang zou het duren voor ik bij een benzinepomp ben, moet ik eerst op de vluchtstrook gaan staan, in het pikkedonker? Deze held verkiest door te rijden naar de benzinepomp. Gelukkig duurt het maar een paar minuten voor ik bij een benzinepomp kan stoppen. Ik stap uit en loop naar de voorkant van de auto. Ik constateer dat er één lamp stuk is, pff gelukkig, ik slaak een zucht van verlichting. Het leek of er helemaal geen licht meer uit de auto kwam.

Ik bel manlief wat voor type lamp ik moet kopen. Manlief zegt dat er nog één in het dashboardkastje moet liggen. Ik rommel in het kastje en vind inderdaad het lampje. Eerst maar tanken en dan kijken of ik de lamp kan verwisselen, zo moeilijk kan het toch niet zijn. Ik schroef de tankdop open en pak de slang van de benzinepomp, maar hoe ik ook probeer er komt geen benzine uit. Ik kijk of de pomp stuk is, of er een briefje aan hangt. Niks van dit alles. Ik knijp nog een keer de hendel in. Niks…. Ik hang de slang weer terug en kijk naar het gebouw van het tankstation en zie dat het daar vrij donker is. Ze zouden toch wel open zijn? Ik loop naar de deur, sta ervoor maar die gaat niet open. Niemand te zien. Hmm ik baal, nu al dicht? Nou ja dan maar niet tanken, ik red het nog wel naar huis. Die lamp is het belangrijkste.

Ik stap in de auto en zet ‘m op een plek waar meer licht is en het minder gevaarlijk is met aanrijdend verkeer. Open de motorkap en zoek de dop waar de verlichting achter zit. Ik zie twee doppen, ik kies de linker. Ik probeer de dop open te draaien, maar wat ik ook doe, geen beweging in te krijgen. Oh heb ik weer. Ik kijk nog eens om me heen, zal ik iemand om hulp vragen? Maar er is niemand, ik sta in de middle of no-where, bij een dichte benzinepomp. Ik zoek in de auto naar een doek, die ik gelukkig vind, kijken of het zo wel lukt. Met de doek heb ik meer grip en eindelijk komt er beweging in de dop. Hé hé, gelukkig. Met veel pijn en moeite krijg ik het lampje eruit. Het is een lampje met één pennetje aan de onderkant. Ik pak het lampje uit mijn zak, dat in het dashboardkastje lag. Ik bekijk het lampje eens goed en constateer dat het lampje van uit het dashboardkastje twee pennetjes heeft. Oh nee, lichtelijk geïrriteerd bel ik manlief. Ik zeg: dat lampje van jou heeft twee pennetjes en ik moet er één hebben met één pennetje. Manlief zegt dat het niet kan, dat het de lamp moet zijn met twee pennetjes. Hij begrijpt mij niet. Ik zeg dit lampje heeft één pennetje. Manlief blijft volhouden dat het niet kan. Zwaar geïrriteerd, dat hij mij niet wil snappen, pak ik mijn mobiel en maak een foto van het lampje met één pennetje en stuur het hem. Hij vindt het maar vreemd. Ondertussen zegt manlief, wil je de pechhulp bellen? En ik krijg vervolgens het nummer ervan op de app. Maar ik wil niet de pechhulp bellen, ik wil gewoon dat die lamp het doet.

Ondertussen komen er steeds meer mensen het tankstation binnen rijden en zie hen vervolgens tanken en het gebouw binnen lopen. Hee nu ineens wel open? Ik snap er niks van, maar ik snel me naar binnen, en koop een



lampje met één pennetje. Blij als een kind loop ik naar de auto en vervang het lampje, duurt wel 15 minuten voor ik het voor elkaar heb, maar het lukt. Nu eerst de sleutel in het contact en kijken of ie het doet. Ik loop terug naar de voorkant van de auto. Ik kijk en kijk nog eens, de lamp die ik heb vervangen brandt, maar die er naast zit brandt niet. Ik voel me ineens buurman en buurman in één. Ik heb de verkeerde lamp verwisseld. Hoe dom kun je zijn? Met een diepe zucht en frustratie bel ik manlief. Niet dat ie helpen kan, maar even de frustratie eruit. Ja zegt hij, ik zei toch dat het de lamp was met twee pennetjes. Ja ja, dat wil ik natuurlijk niet horen. Ik zucht nog eens diep.

Ik probeer de andere lamp nu te vervangen, dit duurt zeker 20 minuten, wat een gedoe. Hadden ze dat bij zo’n autofabriek niet makkelijker kunnen maken? Eindelijk heb ik het voor elkaar, alle lampen doen het. Ik gooi de motorkap dicht en bedenk dat ik nu net zo goed tanken kan. Ik draai de auto met veel kunst en vlieg werk terug naar het tank gedeelte. Stap uit en wil de tank gaan gebruiken. Maar bij het indrukken van de tankhendel komt er nog steeds geen benzine uit. Ik knijp nog een keer, weer niks. Hoe kan dit nou? Kijk naar het tankstation en zie niemand achter de balie zitten en weer is het vrij donker in het gebouw. Het zal toch niet? Ik hang de slang weer terug, ik loop naar de deur, maar die gaat niet open. De stoom komt nu lichtelijk uit mijn oren. Er komt nog een bezoeker aan en hij vraagt, zijn ze dicht? Ik zeg daar lijkt het wel op. Tot hoe laat zijn ze open, vraagt hij. Ik kijk op het bordje van de openingstijden, tot 22.00 uur. Maar dat is het nog lang niet, zeg ik. Nee zegt de man, wat raar. Als we beide weg lopen horen we ineens de deuren opengaan, en ik krijg toch een beetje de rillingen, wat is dit toch allemaal? Is dit een griezelfilm, bananensplit of een medewerker die buikloop heeft en steeds naar de wc moet?

Ik loop naar binnen en vraag of ik kan tanken. Ja hoor, natuurlijk zegt de mevrouw. Fijn zeg ik en loop terug naar de auto. Ik mopper in mezelf en praat haar na, ja hoor natuurlijk mevrouw, grrrr. Eindelijk kan ik tanken. Als ik klaar ben met tanken loop ik terug naar het tankstation. Van alle commotie moet ik ontzettend nodig naar het toilet. Dus ik vraag aan de mevrouw waar het toilet is. Zegt ze, die is gesloten. Gesloten roep ik uit? Ja zegt ze, het toilet is om 21.00 uur gesloten. Ik zeg heel rustig,het is 21.05 uur, kunt u geen uitzondering maken? Nee zegt ze, dat kan niet want de toiletten zijn net ingespoten met een desinfecterend goedje. U kunt verderop plassen bij het Hajé restaurant. Oh zeg ik. Ik reken af en mompel een goedenavond, maar meen er niks van, in gedachten wens ik haar buikloop toe, en verlaat het pand. Wilde nog vragen waarom de deur steeds dicht was en waarom ik niet kon tanken, maar zover kom ik niet, ik moet heel nodig plassen.

Bij het Hajé restaurant aangekomen, snel naar het toilet, daarna wil ik mijn handen wassen onder de supersonische moderne kraan. Maar wat ik ook doe er komt geen water uit. Ik maak een beweging met mijn hand, maar in plaats van water krijg ik een windvlaag in mijn gezicht, ik schrik ervan en doe een stapje achteruit. Ik kijk beduusd naar de kraan, en vervolgens gaat het water lopen. Ik denk snel mijn handen er onder. Daarna wil ik mijn handen drogen, maar wat ik ook probeer geen windvlaag. Laat ook maar, met mijn natte handen loop ik weg. Bij de deur aangekomen schiet ineens de windvlaag aan, maar ik loop door. Achter mij hoor ik een vrouw zeggen, wat is dit voor rare kraan? Ik zeg niks, loop met opgeheven hoofd het restaurant uit, haal diep adem, stap in mijn auto en zeg tegen mezelf, en nu naar huis. Als ik de radio aan zet hoor ik Adele met het liedje “Set fire to the rain”, maar de fire is bij mij even verdwenen, zucht wat een avond….

Jacqueline Hagenauw